In onze contreien wordt wel eens wat gezeurd over de kwaliteit van digitale radio, maar DAB kan nog véél beroerder klinken…
Engeland was het land waar DAB voor ‘t eerst op grote schaal werd uitgerold. Al in de jaren negentig konden luisteraars daar ‘genieten’ van digitale radio. Genieten vooral tussen aanhalingstekens, want de Engelsen kozen destijds voor kwantiteit in plaats van kwaliteit. Ofwel: zo veel mogelijk kanalen met een (veel te) lage bitsnelheid. Bedenk dat DAB in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd ontwikkeld. De gebruikte codec was MPEG II, waar je feitelijk tenminste 256 kpbs aan ‘streamsnelheid’ voor nodig hebt om het enigszins lekker te laten klinken. In het VK werd vaak minder dan 80 kbps ingezet, zelfs mono uitzendingen werden niet geschuwd. Nu even snel vooruit spoelen naar 2019. Aan onze kant van de Noordzee is de situatie flink verbeterd. Nederland en veel andere Europese landen zijn allang overgestapt op DAB+. Daarin wordt de veel modernere en beter klinkende AAC compressie gebruikt. Koppel dat aan een redelijke bitsnelheid en je hebt een luisterkwaliteit die te pruimen is. Misschien in veel gevallen nog geen FM, maar zéker stukken beter dan het was.
Antieke radio in Engeland
Wat blijkt echter: in Engeland is niet overgestapt op DAB+. Ofwel: daar wordt nog steeds het uit de jaren ’80 stammende antieke protocol gebruikt. En inderdaad: nog steeds met extreem lage bitsnelheden. Het heeft ervoor gezorgd dat DAB aldaar nog altijd niet echt populair is. Verdwijnen zal het ook niet, want op de een of andere manier is het economisch rendabel. Helaas minder voor met name lokale stations die dan ook steeds vaker het loodje leggen wegens gebrek aan luisteraars. Techmoan legt deze toch best verbazingwekkend te noemen gang van zaken uit in een YouTube-video. De moeite waard om te bekijken. En heel voorzichtig misschien toch maar een beetje blij te zijn met ons eigen DAB+…





