
Inleiding
Inhoud
We hebben zelden zoveel tijd besteed aan een recensie. Multi-tests kosten natuurlijk altijd veel tijd, maar een ‘single review’ waar we meer dan een maand in hebben zitten: dat komt bij uw auteur niet zo vaak meer voor. De reden: we konden gewoonweg niet stoppen met muziek luisteren! De aanstichter? De Grimm PW1 phono pre-amp.
Uw auteur is zich er pijnlijk van bewust dat hij ooit tegen collega Yung Lie heeft gezegd dat Alpha over streaming audio gaat… en dat er geen vinyl getest wordt. Maar ach: tijden veranderen. En inzichten ook. Vinyl is gewoon leuk. Het is een aangename aanvulling van de hobby. En het kan uitstekend naast de streaming-setup bestaan…
Beleven
Laten we beginnen met te melden dat het spelen van een plaat een totaal andere beleving is dat het starten van een stream. Zit het in de kwaliteit? Nee… totaal niet. Een mooie vinyl-setup klinkt niet beter (of slechter) dan een degelijke streaming-setup. Beide kunnen u in verroering brengen. En van beide setups geniet uw auteur intens.
Waarom dan helemaal overstag? Simpel: vinyl brengt uw auteur iets nieuws. Er is weer heel veel te ontdekken. Van het afstellen van een arm tot het matchen van een phono pre-amp tot het ontdekken van welke cartridge goed past bij de arm en tafel. Dat is gewoon heel erg leuk.
Maar ook het uit de hoes pakken van de plaat. Het bekijken van het artwork… Het wassen van de platen die je hebt kunnen scoren op beurzen en marktplaats… En het verzamelen van originele, eerste persingen; het hoort er allemaal bij.
De Grimm PW1
Maar laten we even terug komen op het onderwerp van deze review: de Grimm PW1. Onlangs hebben we Peter van Willenswaard (de hoofdontwerper) geïnterviewd. U kunt dit interview hieronder terug luisteren (of via Spotify, Apple) of natuurlijk met beeld terugkijken.
De kern van het verhaal van Peter is dat de PW1 compleet ontworpen is op low noise en snelheid. De ringkern transformator is samen met Amplimo ontwikkeld zodat hij ingebouwd kan worden zonder dat er brom ontstaat. Verder zijn alle voedingen intern shunt-voedingen (zowel die van Peter zelfs als die van Guido Tent zijn gebruikt) en is het aantal condensatoren tot een minimum beperkt. Dit omdat ze eigenlijk atijd een impact hebben op weergave (vooral fase en timing).
Door kritisch naar élk component te kijken én het aantal onderdelen te minimaliseren, is een lage ruisvloer gerealiseerd. Dat kunt u later in de metingen ook zien. We meten bijna -100dB bij de MM input. Dat is zeer laag; lager dan onze eigen Primare R35.
Interview Peter van Willenswaard
Minimalistisch
Ook het kastontwerp is zeer minimalistisch. Het is een compacte kast, met één lijn die het kastje optisch ‘breekt’. Simpel; elegant. Al is dat natuurlijk ook een kwestie van smaak.
Aan de achterzijde zien we bijzonder veel aansluitingen. Twee setjes ingangen: MM en MC. En zowel gebalanceerd als single ended uit. Gebalanceerd kán wat krap zijn als u een grote voedingsstekker gebruikt, zoals wij. Grimm heeft ze wel al een kwartslag gedraaid om het werkbaar te houden. In het midden zit de aansluiting voor de aarde.
Instellen
Aan de onderzijde zien we alle dipswitches om de speler te matchen met de Grimm PW1. De ‘vakjes’ scheiden instellingen voor MC en MM. En voor links en rechts. Ze zijn helemaal gespiegeld, wat laat zien dat het pcb-ontwerp ook keurig gespiegeld is. Er is ook een apart deel voor de gain en het schakelen tussen MM en MC. Alles kunt u overigens gewoon instellen onder het spelen; er zijn geen kliks, pops of andere bij-effecten.







Welke speakers gebruiken jullie/staan afgebeeld?
Ik heb indertijd bij Puresound.be de Phonotrappen Saga geschreven. Dat was puur hobbymatig overigens – nooit geld voor gekregen. Niets alles wat ik toen heb gehoord, is uitgewerkt in een review. Op een bepaald moment had ik een Audia Flight in huis (fantastische recensies). Ik belde mijn mede recensent Roger Poulussen op en die is meteen komen luisteren. Hij had een Pass Kloon (DIY) bij zich. Het einde van het liedje was, dat Roger er een voor mij gebouwd heeft. We vonden hem namelijk beiden beter klinken dan de Audia Flight. Helaas is die Pass Kloon onlangs kapot gegaan en de originele jfets zijn niet meer nieuw te krijgen. Gelukkig wilde Roger me zijn reserve Ayre P 5X lenen (hij wilde hem me echter niet verkopen). Ik vond de oude Ayre heel goed klinken (er schijnen dezelfde JFets in te zitten als in de Pass Kloon) en heb hem als referentie gebruikt bij de zoektocht naar een nieuwe phonotrap. Vervolgens weer een paar phonotrappen geprobeerd waaronder de Grimm die overal bejubeld wordt. Hoe een component verder ook klinkt, het moet gewoon niet hinderen. En ik stoorde me aan een zekere “verdikking” in de overgang van mid naar hoog (niet gemeten). En dat met een Benz Ruby Z low MC element van tegen de 3000 euro. Ik had hem nieuw uit doos dus daar kan het nog misschien (deels) aan hebben gelegen. Ik ben er in ieder geval niet verder mee gegaan. Wil overigens niet zeggen dat iemand anders het niet een geweldige phonotrap kan vinden met een ander element. Ik adviseer toch wel even op die “verdikking” te letten.
En zoals het leven kan gaan: Roger is een paar weken geleden onverwacht overleden (nog veel moeite mee). Zijn spullen zijn verkocht en de Ayre is bij mij gebleven. Ik ga hem vanwege de leeftijd waarschijnlijk wel een keer recappen.
Oh ja – verder geen kritiek op jullie test. Toch mogen jullie wel een ambitieuzer element erbij in plaats van een AT 97 en een gemodificeerde Denon 103. Ook prijstechnisch een wanverhouding.
Audiofiele groet!