Laten we eerlijk zijn: de streamingwereld is vrij complex. Wellicht niet voor experts in de branche, maar wel voor de normale burger die toe is aan zijn volgende bron. In de tijd van de platenspelers, was het eenvoudig. Voor een gemiddelde liefhebber was in sommige gevallen een schakeling van 33 naar 45 toeren nodig. That’s it.
Luister naar deze training
Ook bij cd-spelers is het veld nog vrij eenvoudig in te delen: er zijn cd-spelers mét en zonder d/a-converters. Een speler zonder converter heet een loopwerk. En dan zijn er spelers die alle soorten schijfjes lusten (bijvoorbeeld ook sacd en dvd-audio) en spelers die alleen audio-cd’s kunnen lezen. Dat is nog te snappen. Maar dan komen we bij streamers… en dan is in feite het hek van de dam. Maar laten we het toch proberen te simplificeren.
Bridge, server, streamer
Bij streamers is het veld wat lastiger in te delen. Zoals eerder genoemd zijn er streamers mét en zonder d/a-converter. Een speler zonder digitaal naar analoog omzetter noemen wij een streaming bridge. Een speler mét d/a-converter noemen wij een streamer. So far, so good!
Ook zijn er – zoals eerder vermeld – streamers mét opslagfunctie. Deze worden soms ook servers genoemd, al is dat eigenlijk een gekke naam, aangezien een server veelal géén audio-uitgang heeft. Tenminste: in pure vorm ‘serveert’ een server alleen data aan clients. Dat is bij een streamer met ingebouwde schijf vaak niet het geval: die kan in de meeste gevallen ook gewoon prima muziek spelen. Gelukkig maar; anders zou het heel snel een dure en vooral complexe grap worden.
Overigens zijn er ook pure servers in de audiowereld. Roon heeft de Nucleus bijvoorbeeld. En Aurender heeft ook aparte servers en ripping-stations waarbij cd’s direct te kopiëren zijn op de interne opslag van de server. Echter zijn pure servers wel zeldzaam. Mede omdat ze toch prijzig zijn én de vraag niet heel groot is, schatten we in.
Gesloten en open
Goed: we weten nu dat er diverse typen netwerkspelers zijn. Met of zonder d/a-converter en met of zonder ingebouwde opslagmedia. Het wordt al complexer, maar het is nog te begrijpen. Nu komen we in de wereld van software. En dit maakt streaming audio voor de gemiddelde liefhebber toch wel complex. En dat begrijpen we wel.
Simpel gezegd zijn er spelers die een zogenaamd open systeem gebruiken en merken die een gesloten ecosysteem gebruiken. Een ecosysteem is een andere naam voor een verzameling van apparaten waarbij de fabrikant alles op elkaar heeft afgestemd. Een voorbeeld is Apple. Alles van Apple werkt samen. We noemen dat in jargon een ecosysteem. Een ecosysteem gebruikt in praktisch alle gevallen een speciaal protocol van de fabrikant zelf. Er zijn echter ook marktbrede, open protocollen. Het is aan de fabrikant om daarin een keuze te maken. Houden we het gesloten, of gaan we voor een industriestandaard? Er zijn in beide gevallen voor- en nadelen.
Laten we beginnen met een industriestandaard: UPnP. Deze afkorting staat voor Universal Plug and Play. Dat is een officiële standaard om apparaten te configureren op een netwerk én om data uit te wisselen. Streamers met UPnP ingebakken melden zich aan en kunnen ook laten zien wat ze kunnen. Handig voor de rest van het netwerk. En dus ook voor de gebruiker: die hoeft in feite niets te doen en kan direct aan de slag met streamen.
Maar – helaas? – zijn er fabrikanten die een eigen protocol inbakken. De bekendste twee zijn Airplay en Chromecast. Die zijn echter zo groot dat het inmiddels wel overal in verwerkt zit. Dus dat kunnen we in dit geval niet meer zien als een nadeel: de adoptie is marktbreed, waardoor het bijna een industriestandaard is geworden.
De grootste binnen de audiowereld is Sonos met SonosNET. En Bluesound met BluOS. Maar ook Roon gebruikt een eigen netwerkprotocol: RAAT. Aurender gebruikt CIFS, een netwerk filesystem protocol, om data te versturen. Een beetje maf, maar het werkt.
Als een fabrikant een eigen systeem gebruikt, dan noemen we dat dus een gesloten ecosysteem. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat apparaten onderling feilloos werken. Het is écht plug en play, omdat de fabrikant alles in de hand heeft. Het nadeel is dat u direct gevangen zit in een systeem. Immers: de apparaten werken niet met andere merken. Denk dus goed na voordat u zich committeert.
Online diensten
Het is belangrijk te beseffen dat het niet vanzelfsprekend is dat een streamer alle online streaming audio diensten ondersteunt. Er zijn inmiddels talloze online services, wat het lastig maakt voor kleinere fabrikanten om alles te integreren. We zien vaak dat de ‘hifi-fabrikanten’ Tidal en Qobuz integreren, omdat deze hoge kwalitieit lossless audio aanbieden. Denk aan cd-kwaliteit FLAC-streams of zelfs hoger: 24 bit 96 kHz FLAC bijvoorbeeld.
Meestal wordt dat nog aangevuld met Roon support, Spotify Connect en Airplay. De nog wat grotere fabrikanten kunnen nog extra’s toevoegen, zoals Deezer, online radiodiensten (TuneIn en Calm Radio zijn de grotere) en wellicht Chromecast ondersteuning.
De reden dat we dit aanhalen, is dat het belangrijk is vooraf goed te kijken welke dienst bij uw luistergedrag past. Hoewel het aanbod bij elke dienst goed op orde is, zit er nog steeds een verschil in aanbod. Niet alle platforms hebben afspraken met alle uitgevers. Het kan dus zomaar zijn dat u bepaalde artiesten niet op Qobuz vindt, maar wel op Tidal. En andersom. Let daar dus goed op.
Afrondend
We hebben in dit hoofdstuk in grote lijnen de diverse soorten streamers uitgelegd. Er zijn dus modellen met en zonder d/a-converter. En er zijn modellen met en zonder ingebouwde opslagmedia. Een belangrijk verschil is dat er streamers zijn die een open standaard gebruiken – denk aan UPnP – en dat er streamers zijn die een gesloten ecosysteem hebben opgezet. Let daarop als u meerdere streamers wilt gaan gebruiken in uw woning. Tenslotte verschilt het ook per streamer welke diensten worden ondersteund.
In het volgende hoofdstuk gaan we in op de verschillende protocollen die u kunt tegenkomen.






