Het gaat niet echt geweldig met het Deense Bang & Olufsen. Inmiddels heeft het z’n derde kwartaalverlies op rij bekendgemaakt, wat toch wel zorgwekkend is.
Bang & OIufsen staat bij veel hifi-liefhebbers bekend om twee dingen: bijzonder design én hoge prijzen. Daarbij zweeft het ergens tussen ‘gewone’ hifi en high-end, wat de profilering moeilijker maakt. Desondanks hebben de Denen de afgelopen decennia natuurlijk zonder meer ware kunstwerken uitgebracht. Dankzij hen veranderde het uiterlijk van audiovisuele apparatuur voorgoed. Toch is de concurrentie op de markt stevig. Inmiddels zet ook de mainstream concurrentie als Sony, LG en zelfs Samsung stevig in op design. Alleen dan tegen veel lagere prijzen. Dat zorgt voor een steeds steviger competitie in een markt waar de consument enerzijds steeds lagere prijzen verwacht en anderzijds innovaties. Een nagenoeg dodelijke combinatie voor net wat kleinere bedrijven die zich niet kunnen veroorloven om grote vernieuwingen aan ultra-lage prijzen te koppelen.
Te duur
Bang & Olufsen noteerde in de maanden november-januari een verlies van $11 miljoen dollar, zo lezen we in dit artikel van What Hifi. Wat betekent dat ook in de feestmaanden consumenten blijkbaar niet in de rij stonden voor dure producten als bijvoorbeeld de $500 dollar kostende Beoplay H9 draadloze over-ear hoofdtelefoon. Probleem is dat deze hoofdtelefoon beduidend meer kost dan bij de concurrentie. Inderdaad: u betaalt hier niet alleen voor geluidskwaliteit maar ook voor het ontwerp. En dat laat velen blijkbaar steeds meer koud. Een ander voorbeeld van ‘duur’ is de vorig jaar april gelanceerde Beovision Harmony TV. Heel mooi, maar met en prijskaartje van maar liefst $15.000 dollar ook wel heel duur. Bang & Olufsen lijkt zich te richten op een steeds verder krimpende fanbase, een nichemarkt. Dat zou uiteindelijk wel eens heel vervelend uit kunnen pakken. Tijd om het roer om te gooien, of is het daarvoor al te laat?





